Aangeboren hartafwijkingen

Een aangeboren hartafwijking is een aandoening van het hart die al bij de geboorte aanwezig is. Aangeboren hartafwijkingen komen niet zo vaak voor als hartafwijkingen die dieren op latere leeftijd krijgen. Onderstaand bespreken we de vier meest voorkomende aangeboren hartafwijkingen.

(sub)Aortastenose ((s)AS)
Aortastenose is de meest voorkomende aangeboren hartafwijking bij de hond. Katten worden zelden geboren met deze afwijking.

Een sAS is een vernauwing (stenose) in de buurt van de aortakleppen. Hoe erger de vernauwing, des te groter het probleem. De vernauwing kan vanaf de geboorte tot een leeftijd van 12 á 15 maanden verergeren. Hierdoor kan de ernst van een (sub)Aortastenose pas vanaf een leeftijd van 12 à 15 maanden definitief worden beoordeeld.

Deze hartafwijking treedt op in vier vormen:

1. Subvalvulaire Aortastenose (sAS)
Dit is de meest voorkomende (90-95% van de gevallen) vorm. Hierbij bevindt zich de vernauwing onder de aortakleppen.

2. Valvulaire Aortastenose
Bij deze vorm van de hartafwijking ligt de vernauwing ter hoogte van de aortakleppen.

3. Supra valvulaire Aortastenose
Hierbij is de stenose boven de aortakleppen aanwezig.

4. Hypoplasie van de aorta
Dit is een afwijking waarbij de doorsnede van de aorta te klein is. Deze vorm komt onder andere voor bij rashonden zoals de boxer.

Raspredispositie
Onder meer boxers, newfoundlanders, golden retrievers, rottweilers en Duitse herders hebben meer kans om geboren te worden met deze afwijking.

Symptomen van (sub)Aortastenose
Van een geringe sAS heeft een hond meestal weinig last. Hij zal daarom ook weinig tot geen symptomen vertonen. Middelmatige en ernstige sAS kunnen leiden tot een verminderd uithoudingsvermogen, flauwvallen, hartritmestoornissen en een plotselinge dood. Vaak lijken deze patiënten de eerste levensjaren volledig gezond. 

Diagnose
Als een hond lijdt aan deze hartaandoening is er bij het ausculteren een hartruisje te horen. De definitieve diagnose kan alleen met een hartecho-onderzoek worden vastgesteld. Bij zo’n onderzoek wordt via een nauwkeurige Dopplermeting de ernst van de stenose bepaald. 

Behandeling
De behandeling bestaat uit een ß-blocker en eventueel nog aanvullende medicamenten. In sommige gevallen kan een hartkatheterisatie ook voor verbetering zorgen.

Doppler profiel AS

Pulmonaalstenose (PS)

Een pulmonaal stenose is een vernauwing (stenose) in de omgeving van de longslagaderkleppen (art pulmonalis). 

Deze aandoening is de op een na meest voorkomende aangeboren hartafwijking bij de hond. Een PS komt minder vaak voor bij katten. 

Deze afwijking komt voor in vier verschillende varianten:
 
1. Subvalvulair
Hierbij bevindt zich de vernauwing onder de pulmonaalklep. Dit komt niet zo vaak voor.

2. Valvulair
Bij deze vorm zit de vernauwing ter hoogte van de pulmonaalklep. Dit is de meest voorkomende vorm van pulmonaalstenose. 

3. Supravalvulair
Bij een supravalvulair pulmonaalstenose bevindt de stenose zich boven de pulmonaalkleppen. Deze variant komt zeer zelden voor.

4. Coronairarterie anomalie
Bij deze vorm van PS hebben de coronairarterieën een afwijkend verloop, waardoor er een vernauwing van de art pulmonalis ontstaat. Deze vorm komt onder andere voor bij boxers en buldoggen.

Raspredispositie
Buldoggen, chihuahua’s, terriërs, labradors, newfoundlanders, cocker spaniëls, mastiffs, miniatuur schnauzers en beagles hebben meer kans op PS. Deze hartaandoening kan echter ook bij andere rassen voorkomen. 

Symptomen
Een geringe vorm van pulmonaalstenose is symptoomloos. Gemiddelde en ernstige vormen van PS kunnen leiden tot een verminderd uithoudingsvermogen, kortademigheid, flauwvallen, hartritmestoornissen en een plotselinge dood. Vaak lijken deze patiënten de eerste levensjaren volledig gezond. 

Diagnose
Als uw hond aan een pulmonaalstenose lijdt is er tijdens het ausculteren een hartruisje te horen. De definitieve diagnose kan alleen met een hartecho-onderzoek worden vastgesteld. Hierbij bepalen we met een nauwkeurige dopplermeting de ernst van de stenose. 

Behandeling
Bij een geringe vorm van PS is geen behandeling nodig. Het fokken met deze dieren wordt afgeraden. Bij een middelmatige PS kan behandeling nodig zijn. Dit is afhankelijk van de klinische symptomen. Een ernstige PS heeft, vanzelfsprekend, altijd een behandeling nodig.

Therapie voor PS bestaat uit:

  • Medicamenteus: een ß-blocker, eventueel aangevuld met andere medicamenten.
  • Afhankelijk van de variant van de PS kan via een hartkatheterisatie de vernauwing met een ballon worden opgeblazen, waardoor de ernst van de stenose verminderd.
Doppler Profiel PS

Een persisterende ductus arteriosis Botalli (PDA)

De Ductus Botalli is een bloedvat dat de grote lichaamsslagader (aorta) met de longslagader verbindt tijdens de foetale ontwikkeling. Deze ductus sluit zich normaal binnen enkele minuten tot uren na de geboorte als de pup begint te ademen.
Bij een PDA blijft deze verbinding tussen de longslagader en de aorta bestaan. Deze aandoening komt regelmatig voor bij honden. Bij katten komt deze afwijking minder vaak voor.
   
Raspredispositie
De volgende rassen hebben meer kans op een PDA: PON, toy en miniatuur poedel, Yorkshire terriër, maltezer, dwergkeeshond, Duitse herder, collie, Ierse setter, shetlander sheepdog, newfoundlander, springer spaniël.

Symptomen
De symptomen zijn afhankelijk van de mate waarin de ductus sluit. Hoe groter de open verbinding des te eerder de verschijnselen opspelen en des te erger de symptomen zijn. De tekenen van deze afwijking kunnen bestaan uit een verminderd uithoudingsvermogen, achter blijven in de groei, kortademigheid en hoesten.

Diagnose
Bij het luisteren naar het hart is een typisch geluid te horen: het zogenaamde machinekamergeluid. Dit is een hartruisje, die in tegenstelling tot andere hartruisjes, tijdens de gehele hartcyclus te horen is. Alleen na een hartecho kan een definitieve diagnose gesteld worden.

Behandeling
Een medicamenteuze behandeling is meestal op de lange termijn niet effectief. Via een openhartoperatie kan de verbinding (de ductus) gesloten worden. Tegenwoordig kan de verbinding ook gesloten worden via een hartkatheterisatie.

Prognose
Als de PDA niet wordt gesloten, sterft meer dan 70% van de dieren binnen een jaar. Het is belangrijk dat de ductus zo snel mogelijk wordt gesloten, zodat er geen blijvende schade aan het hart optreedt.

Doppler profiel PDA

Niet-aangeboren hartaandoeningen

In de loop van het leven van een hond of kat kan een hartaandoening ontstaan. Bij de hond zijn de meest voorkomende niet-aangeboren hartafwijkingen:

  • de Myxomateuze Mitralisklep Degeneratie
  • de Dilatatieve Cardiomyopathie

Bij katten is de Hypertrofe Cardiomyopathie de meest voorkomende niet-aangeboren hartaandoening. 

Myxomateuze Mitralisklep Degeneratie (MVD), oftewel Mitraalklep endocardiose 
Dit is de meest voorkomende hartafwijking bij honden. Van alle hartafwijkingen bij de hond is 75% een MVD. Deze hartaandoening komt vaker voor bij reuen dan bij teven en treedt vooral op bij kleine tot middelgrote rassen. Een uitzondering hierop zijn de dobermannpincher, de Duitse dog en de Duitse herder. 

Mitraalklep endocardiose kan optreden vanaf dat uw dier 5 jaar is. De klinische symptomen treden meestal veel later op. Alleen bij de cavalier King Charles spaniël kunnen symptomen eerder optreden. Door MVD gaan de kleppen lekken, waardoor hartfalen ontstaan. 

Raspredispositie
Welke honden hebben hier een vergrote kans op? Teckels, cavalier King Charles spaniel, cocker spaniel, terriers, cihuahua’s, maltezers, shih tzu’s, lhasa apso’s, Duitse doggen, dobermannpinchers, Duitse herder.

Symptomen
De symptomen zijn onder andere: een verminderd uithoudingsvermogen, kortademigheid en hoesten.

Diagnose
Bij het luisteren naar het hart is er bij deze afwijking een hartruisje te horen. Deze aandoening speelt vaak op vanaf een leeftijd van 6 à 9 jaar. Bij de King Charles spaniël is het hartruisje vaak al op jongere leeftijd te horen. 

Op een röntgenfoto van de borstholte zie je dat het hart te groot is en dat er vocht in de longen aanwezig is. Alleen via een hartecho kan de diagnose worden bevestigd.

Behandeling
Een behandeling is pas nodig als het hart van de hond niet meer moeiteloos klopt. Alleen de aanwezigheid van een hartruisje zonder klinische symptomen, is geen reden om met een behandeling / therapie te beginnen. Helaas krijgen nog veel dieren medicijnen die nog niet nodig zijn. Dit gebeurt niet bij ons.

De medicatie bestaat uit plastabletten, bloeddrukverlagers en een medicijn dat zorgt voor een betere pompfunctie van het hart.

Prognose
Vanaf het moment dat het dier een hartruisje heeft, kan er een snelle verergering (1 à 2 jaar) van het hartfalen plaatsvinden. Vooral bij de cavalier King Charles spaniël kan het snel gaan. Meestal is de verergering veel trager. Vaak zelfs zo traag, dat er tijdens het leven van honden met een hartruisje geen hartfalen optreedt. Daarom is het moeilijk om een prognose voor de langere termijn te stellen in het beginstadium van een hartruisje.

Voor honden met hartfalen varieert de overlevingstijd. Bij honden met gering tot middelmatig hartfalen sterft 25% binnen 6 maanden, 50% binnen een jaar en 75% binnen 1,5 jaar na de diagnose. 

Bij honden met ernstige hartfalen sterft 25% binnen 3 maanden, 50% binnen 6 maanden en 75% binnen een jaar.

Meer weten over de hartafwijking van uw dier?

Wilt u zich verdiepen in de afwijking van uw huisdier? Op deze pagina vertellen we u meer over de verschillende hartafwijkingen en behandelingen. Benieuwd hoe zo’n hartafwijking eruit ziet? Bekijk dan de videobeelden.

Een ventrikel septum defect (VSD)

Bij een ventrikel septum defect zit er een gaatje in de tussenwand van het hart. Hierdoor ontstaat er een open verbinding tussen de linker en rechter hartkamer. Een deel van het bloed stroomt dan in de verkeerde richting. Een VSD is de meest voorkomende aangeboren hartafwijking bij katten en komt ook regelmatig voor bij honden. Bij een VSD zijn vaak meerdere hartafwijkingen tegelijk aanwezig.

Raspredispositie
Engelse buldog, Engelse springerspaniel, west highland white terriër en de keeshond, maar ook andere rassen kunnen hier last van hebben. 

Symptomen
De symptomen zijn afhankelijk van de grootte van het gaatje in de tussenwand. Bij kleine gaatjes zullen er geen symptomen optreden en is er geen therapie nodig. Bij grotere defecten kan er een verminderd uithoudingsvermogen, kortademigheid, hoesten en soms flauwvallen optreden.

Diagnose
Bij het beluisteren van het hart van een dier met VSD 
horen we een hartruisje. Alleen via een hartecho kan de diagnose VSD worden vastgesteld. Door middel van een hartecho stellen we ook de ernst van de aandoening vast. 

Behandeling
Bij een klein gaatje is behandeling niet noodzakelijk. Als het gaatje zo groot is dat er symptomen optreden, of als het hart vergroot is, is een behandeling in veel gevallen wel noodzakelijk.

Een behandeling met medicijnen kan bestaan uit bloeddrukverlagers en plastabletten. Tegenwoordig is het in een aantal gevallen ook mogelijk om via een hartcatheteringreep het gaatje te sluiten. De prognose is uiteraard afhankelijk van de grootte van het gaatje in de tussenwand.

Dilatatieve cardiomyopathie (DCM)

DCM is een aandoening aan de hartspier waarbij de pompfunctie is verminderd, zonder dat de oorzaak hiervan bekend is. Door de verslechterde pompfunctie nemen de hartkamers in omvang toe, waarbij na verloop van tijd hartfalen optreedt. Bij sommige rassen treden echter alleen hartritmestoornissen op. Deze stoornissen kunnen zo erg zijn dat de dieren plotseling overlijden zonder voorafgaande symptomen.

Een DCM kan ook aanwezig zijn zonder dat er zich symptomen voordoen. Dit wordt de occulte of subklinische fase genoemd. De pompfunctie van het hart is dan wel verminderd, maar het lichaam compenseert dit zodanig dat er nog geen hartfalen optreedt.

DCM is een erfelijke aandoening die voornamelijk bij grote- en reuzenrassen voorkomt.

Aritmische rechts ventriculaire cardiomyopathie (ARVC)
Deze speciale hartspierafwijking komt bij boxers voor. Bij deze aandoening is voornamelijk de hartspier in de rechter hartkamer aangetast waardoor hartritmestoornissen optreden. 

Raspredispositie
DCM komt voor bij dobermannpinchers, Ierse wolfshonden, Duitse doggen, boxers, newfoundlanders, Afghaanse windhond, St. Bernhards, Engelse en Amerikaanse cocker spaniëls en andere rassen. 

Symptomen
De symptomen zijn afhankelijk van welke hartkamers zijn aangetast en of er ook hartritmestoornissen optreden. Veel voorkomende symptomen zijn een verminderd uithoudingsvermogen, hoesten, kortademigheid, flauwtes, plotseling overlijden.

Diagnose
De diagnose van een DCM is alleen met een hartecho en een ECG mogelijk. Bij sommige rassen, zoals bij de dobermannpincher, is het ook raadzaam om een 24 uurs ECG te maken via een holter. Dit is een apparaatje dat gedurende lange tijd een ECG opneemt. Zo’n 24 uurs ECG is nodig omdat de hartritmestoornissen niet de hele dag aanwezig zijn. Bij een normaal ECG-onderzoek (duurt 3 tot 5 minuten) kunnen deze stoornissen gemist worden. 
Een negatieve hartecho en/of een negatief ECG kan een DCM bij de dobermannpincher niet uitsluiten. Hiervoor is een holter-ECG nodig. 

Behandeling
DCM kan alleen medicinaal worden behandeld met behulp van bloeddrukverlagers, plastabletten en medicijnen die de pompfunctie van het hart verbeteren. Soms zijn medicijnen die hartritmestoornissen verminderen ook noodzakelijk.

Prognose
DCM is een ziekte die niet te genezen is. Via medicinale behandeling wordt de goede levenskwaliteit van uw hond zo lang mogelijk in stand gehouden. Uiteindelijk sterven de honden aan de gevolgen van deze hartaandoening.

Dobermanns met hartfalen sterven meestal binnen 3 maanden. Hiervan sterft 20% binnen 2 weken, 40% binnen 4 weken. 10% van de dobermanns stabiliseert en leeft nog na een jaar.

Bij dobermanns die 1 - 2 jaar oud zijn komt DCM bij 3,3% van de honden voor. Bij honden van 2 - 4 jaar oud komt het bij 9,9% voor, 4 - 6 jaar oud 12,5%, 6 - 8 jaar 43,6% en ouder dan 8 jaar 44%. Daarom is een regelmatig onderzoek bij dobermanns noodzakelijk.

Zeer uitgebreide video over DCM bij de dobermannpincher (in het Duits) met commentaar van Prof. Dr. Gerhard Wess (universiteit München) en Dr. Jan-Gerd Kresken (cardioloog Tierklinik am Kaiserberg in Duisburg).

Hypertrofe Cardiomyopathie (HCM)

HCM is de meest voorkomende hartziekte bij katten. De aandoening wordt gekenmerkt door een verdikking (hypertrofie) van de hartspier. Hierdoor kan de hartkamer zich niet meer voldoende vullen met bloed, waardoor er hartfalen kan ontstaan. Andere oorzaken voor een verdikking van de hartspier zoals een verhoogde bloeddruk (hypertonie) of een verhoogde schildklierfunctie (hyperthyreoïdie) moeten worden uitgesloten voordat de definitieve diagnose HCM kan worden gesteld. HCM is een erfelijke aandoening.

Raspredispositie                               
HCM komt voor bij de pers, maine coone, Britse korthaar, ragdoll, sphynx, Noorse boskat en de Europese korthaar (de standaard huiskat). Deze aandoening kan ook voorkomen bij andere rassen. 

Symptomen
Bij veel katten doen zich geen symptomen voor. Het kan daarom zijn dat uw kat plots overlijdt.  

Als er zich wel symptomen voordoen, treden deze meestal pas in het eindstadium van de ziekte op. De symptomen kunnen bestaan uit hijgen, kortademigheid, benauwdheid in rust of na inspanning (spelen). Hoesten is geen symptoom van HCM.

Diagnose
Soms is er een hartruisje hoorbaar, maar meestal niet. Het is daarom bij een standaard onderzoek niet mogelijk om een HCM te diagnosticeren. Met een röntgenonderzoek is het ook niet mogelijk om een HCM te diagnosticeren. De diagnose HCM is alleen te stellen door middel van een hartecho. Bij de echo wordt de dikte van de hartspier op de millimeter nauwkeurig gemeten. 

Gentesten op HCM zijn niet aan te bevelen omdat er vaak vals-negatieve resultaten uitkomen. Er worden slechts enkele genen getest. Waarschijnlijk wordt HCM door meerdere genafwijkingen veroorzaakt.

Behandeling
Met behulp van geneesmiddelen wordt de goede levenskwaliteit van uw dier zo lang mogelijk in stand gehouden. De behandeling van HCM bestaat uit plastabletten, bloeddrukverlagers, antistollingsmedicijnen en soms ook ß-blockers.

Prognose
Uiteindelijk sterven katten aan de gevolgen van HCM.